De bron van de installatie is de autoradio, ook wel headunit (HU) genoemd. De keuze welke headunit je neemt hangt van de volgende zaken af:
aansluitmogelijkheid carkit
DSP
DSP betekent Digital Sound Processor. Zo'n processor zet het analoge signaal om in een digitaal signaal. In het digitale domein kan er van alles mee worden gedaan, zonder dat de kwaliteit wordt beïnvloed door ruis, vervorming etc, zoals dat wel het geval is bij analoge crossovers en equalisers. Een DSP kan een aantal functies hebben:
1. crossover (scheidingsfilter)
Het totale frequentiebereik kan je hiermee opsplitsen in twee of drie delen. Hiermee kan je dus een actief systeem maken, d.w.z. meerdere versterkers aansturen. Je kan de scheidingsfrequentie, gain en meestal ook de flanksteilheid van de filters instellen. De eventuele filters in de versterker(s) gebruik je niet meer.
Je kan vanuit je HU dus een groot deel van de installatie afregelen.
2. equalizer
Om een redelijk rechte frequentiekarakteristiek in de auto te krijgen is een equalizer geen overbodige luxe. Ongustige plaatsing van de speakers en de slechte akoestiek zorgen voor demping en reflecties (versterking) van bepaalde frequenties. Met een eq kan je dit redelijk corrigeren. Er bestaan grafische en parametrische eq's. Met een grafische kan je een aantal frequentiedelen (banden) een aantal dB's verzwakken of versterken. Met een parametrische eq kan dit ook, met als extra dat je de frequentiedelen zélf ook nog kan verbreden of versmallen. Met een parametrische eq kan je dus precieser een dip of bult in de karateristiek wegwerken. Je kan het afregelen op het gehoor, maar afregelen m.b.v een RTA meting (real time analysis) gaat sneller.
3. time-alignment
Omdat in een auto de subwoofer, woofer en tweeter soms ver uit elkaar zijn geplaatst, ontstaan looptijdverschillen. Het geluid lijkt dan te springen tussen woofer en tweeter, terwijl het eigenlijk vanuit één bron zou moeten komen om een goede stereobeeld te geven. Ook kan het gebeuren dat het sublaag achterin blijft "hangen" of "te laat" klinkt.
Met een DSP met time alignment kan je per speaker de vertraging instellen, soms op de centimeter nauwkeurig. Het nadeel is dan ook direct duidelijk, het geluid is maar op één luisterplaats perfect te krijgen. Goed afstellen is dan ook erg tijdrovend.
4. presets
Omdat het instellen van een DSP voor de meeste consumenten te moeilijk is, heeft de fabrikant er een aantal presets ingezet met mooie namen zoals "rock", "pop" "jazz", "classic" of, genoemd naar een ruimte: "hall", "stadium", "club" etc. Meestal geven deze presets niet het gewenste resultaat.
MP3
MP3 is een vorm van datacompressie, mpeg layer 3.
Voordeel:
De hoeveelheid aan data die op een cd kan is veel groter (12x, maar afhankelijk van de bitrate), je kan dus veel meer muziek op een cd kwijt.
Nadeel:
Afhankeljk van de ingestelde hoeveelheid compressie heb je kwaliteitsverlies. Er worden immers een heleboel bits van het origineel weggegooid. De minimale bitrate om van "hifi" te spreken is 128bits/s, 192 of 256 klinkt alweer een stap beter. Let er dus op of de HU al de bitrates daadwerkelijk aankan.
Line out
Tegenwoordig zijn de meeste HU's voorzien van 2 (front & rear) high-output line-outs. De maximale uitgangsspanning van zo'n high-output line-out is bijvoorbeeld 4V. De aangesloten versterker moet dan wel een ingangsgevoeligheid van 4V hebben, anders heb je er geen voordeel aan en kan de versterker zelfs overstuurd worden.
De winst van de hogere spanning zit 'm in het feit dat de signaal/ruis verhouding groter wordt. De aangesloten versterker zal niet méér vermogen gaan leveren, wat soms wel eens beweerd wordt.
Hieronder zie je de verschillen tussen een uitgangsspanning van 2V (rood) en 4V (blauw) en de ruis (groen). Het groene signaal heeft minder invloed op het blauwe signaal, en veel meer invloed op het rode signaal.
Subwoofer line-out
Een speciale line-out is subwoofer line out. Dat is een mono uitgang die lowpass gefilterd is. Op de HU kan de scheidingsfrequentie en de gain geregeld worden.
Uitgangsvermogen
De meeste HU's hebben een 4 kanaals versterker met een opgegeven uitgangsvermogen van 35W - 60W per kanaal. De voorwaarden die fabrikanten hanteren voor de vermogensspecifikatie zijn helaas niet realistisch. De meeste HU's komen dan ook niet verder dan 16 - 18 W continu bij een 4 ohm belasting en 1% vervorming.
Dat is ook logisch, omdat de spanning waarop de versterker werkt, slechts ca. 12-14,4V is:
Maximale sinusvormige uitgangsspanning op de luidspreker bij een voedingsspanning van 12V:
Vtop = 12/2 = 6V
Veff = 6 x 0,707 = 4,24 V
P = U² / R = 4,24² / 4 = 4,5 W (R is de luidspreker van 4 ohm).
Omdat de versterker gebrugd is, levert 'ie (theoretisch) 2x de stroom en 2x de spanning, dus 4x zoveel vermogen:
4 x 4,5 = 18W continu